Naar overzicht

Donderdag 15 augustus is in de Telegraaf een opiniestuk van Cecile Blansjaar, gepubliceerd: "Een thuiszittend kind help je niet met bureaucratie." Cecile Blansjaar is gedragsdeskundige Orthopedagogisch Dagcentrum Wegwijzer van Prinsenstichting. Graag denkt en doet Prinsenstichting mee om te werken aan een oplossing voor thuiszitters.

’Thuiszittend kind help je niet met bureaucratie’

Vanaf volgend jaar mag geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszitten zonder passend aanbod van onderwijs of zorg. Gedragsdeskundige Cecile Blansjaar heeft er een hard hoofd in dat het kabinet dit doel haalt. ,,De samenwerking die hiervoor nodig is ontbreekt.”

Vijf jaar geleden is het passend onderwijs ingevoerd om zorgleerlingen in reguliere klassen te helpen en niet op een aparte school te plaatsen. Dit zou ook de schroom bij ouders wegnemen om hun kind naar school te brengen.

Toch zitten nog steeds te veel kinderen thuis. Ouders weten niet hoe en waar ze hulp kunnen vinden en bovendien wordt er geklaagd over te veel bureaucratie. Dit komt onder meer omdat verschillende instanties die hier een rol in hebben navelstaren en een afwachtende houding aannemen. Kinderen met psychische en lichamelijke problemen zijn hiervan de dupe.

Thuiszitten kan meerdere oorzaken hebben

Zo kunnen gedragsproblemen, sociaal-emotionele of psychische (gezondheids)problemen de reden zijn van uitval. Door het thuiszitten missen deze kinderen een gestructureerde dagbesteding en contacten met leeftijdsgenoten. Ook lopen ze leerachterstanden op. Terwijl juist deze groep zo gebaat is bij passend onderwijs of passende behandeling.

De bottleneck is het gebrek aan samenwerking

Hierdoor moeten thuiszittende kinderen te lang wachten op passend onderwijs of andere zorg. Deze thuiszitters zijn wel in beeld bij zorgverleners, maar de zorgpartijen opereren te veel als eilandjes. De samenwerking tussen het Centrum voor Jeugd & Gezin, het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs en Orthopedagogische Dagcentra stagneert omdat er geen uren beschikbaar zijn of het thuiszittende kind niet in ‘het pakket’ van de organisatie past. Daarnaast zijn de wachtlijsten te lang, waardoor het vaak een jaar duurt voordat een kind een vorm van passend onderwijs krijgt.

Integrale samenwerking

Ik pleit voor een integrale samenwerking tussen alle partijen waarbij wordt gekeken waar het kind het beste past. Dat kan op een reguliere school zijn, bij het Orthopedagogisch Dagcentrum of in het speciaal onderwijs, met daarin een regierol voor het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs. Deze partij bepaalt voor elk kind hoeveel budget een school krijgt, hoeveel budget een kind krijgt en welke aandacht er nodig is. Dit is per regio vastgesteld. Voorwaarde is dat het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs geen geld oppot, maar verantwoordelijkheid neemt. De verschillende instellingen en het Samenwerkingsverband moeten thuiszitters op de juiste plek zien te krijgen. Dit betekent dat ze gezamenlijk verder moeten kijken dan hun eigen dossiers en samen bepalen wie het beste met de problematiek kan omgaan en waar nog ruimte is voor plaatsing. Het Samenwerkingsverband heeft goede expertise en het beste zicht op de thuiszitters, behandelbehoeften en of er bijvoorbeeld zorgklassen in ontwikkeling zijn. Individuele instellingen kunnen deelnemen aan deze werkgroep en met de directe behandelvraag aan de slag gaan.

Morele plicht

Alle betrokken instellingen zouden eens per maand een paar uurtjes bij elkaar moeten komen en bespreken bij wie en waar het kind het beste past. Niet pas kijken wanneer er geld is, maar op de vraag vooruit. Dit zijn uren die je niet kunt declareren, maar het is de morele plicht van iedereen die ermee te maken heeft. Deze oplossing kan ertoe bijdragen dat thuiszitters sneller (passend) onderwijs krijgen of worden begeleid in een dagcentrum. Elk kind dat onnodig thuis zit is er één te veel. 

Naar overzicht

Delen